muur vol gedichten

laat het regenen mooie jongen

met de wind je laten beroeren
vol passie aan vormen aan golven
aan bewegingen die door je wezen rollen
van vervoering draait de dans je oog tot naar binnen
dan draait danst het weer tot wijd zicht
tot gedachten van buiten eerst onbekend en beweeg

laat gaan je beknellingen dat uitdagingen je beregenen

de onophoudelijke honger naar weten
verdrogend tot op het bot
voortdrijvend als een wild beest
om meer te verzamelen dan wat te vinden is in dit land van schamele oogst
van verschrompelde kennisvruchten
van vimanineloze ijdelheid veel te leeg

laat verfrissende gedachtes langs je ranke leven regenen

dansend in de vijvers voor de openstaande deuren
van de kennisbeknellende instituten die jongensbreinen beknotten
met dwaze kortzichtige leringen van ongeïnspireerde verhalen
die de vrijheid zou bezingen maar dat verzweeg

laat leven en liefde in extatische tinteling op je regenen

vol van passie
vol van honger
vol van jaloezie
jagende naar kennis naar ervaring
naar veel meer van dat goede strek je je uit als een jonge hond
gedreven door primaire hongergevoelens buiten
rent buitelt en springt waar die dan beloningen verkreeg

laat droppels in plassen van verliefdheid op je regenen

beleef vrij in beweging
in verwondering
met zoet vergiste smaak van passie en van aanbidding van al het schone
al het vervoerende
al het uitdagende
alles wat je levenservaringsfeer uit laat groeien tot de volle wasdom
drink het volle glas geheel leeg

laat regenen en regenen op je mooiheid laat het regenen

dat de schoonheid van jou jongenslichaam aanschouwd wordt
terwijl het glimt en opblinkt onder het spoelende water
terwijl het erecte lid uit je heupen opstaat en vraagt neer te knielen in overgave
dat het alles heen zal laten spoelen en beleef

laat schone knieën buigen laat de wateren op je regenen

als het vocht je ravenzwarte haren laten glimmen met diepblauwe gloed en samen laat punten boven je al natte gezicht dat druppels neerwaarts reizen via je neus op je zachte mond om verder via je kin neer te druppen tussen je sleutelbeenderen en als een reeks van zoenen je lichaam aftastend en beminnend dan je gespierde buik bevochtigend verlatend door je krullen je heerlijkheid belevend dat je lid niet onberoerd van beneden bleef

 

na de lente toen de zon stond te branden

 

ik lok je mee met zoete praatjes en psychologische kul

vanuit je huisje waar dagelijkse sleur je leven verminkt

je vouwde me over de rand van de brug als een prul

tijdens de weg die dieper in mijn afgrond verzinkt

je stinkt naar gezapigheid en burgertruttig leven

ik maan je dat uit te doen en

na zingend onder mijn hete douche te hebben gestaan

dans je door mijn kamer in je grote blote lijf

tegen mijn oude platenkast duw je je pik tegen mij aan

tegen de muur omhoog schurend opgewerkt stijf

hoe je mij zoent onder mijn kin als een beest dat mij op zal vreten

tot kermend toe bezeer je mij als je mijn ballen in je grote handen kneed

het staat in je rug omhooggeschreven als tijdens de dans opengereten

het was na de lente toen de zon stond te branden en vandaag is de zon weer heet